U overweegt uw bedrijf te verkopen. Als eerste stap gaat u, samen met uw accountant of bankier, uitzoeken hoeveel uw onderneming waard is en welke prijs u er voor kunt vragen.

Nadat u zich zo een idee gevormd heeft over de waarde van de onderneming zoekt u contact met  potentiële kopers. Om de onderhandelingen geheim te houden en om te vermijden dat bepaalde afspraken als een akkoord beschouwd worden, sluit u vervolgens een geheimhoudingsovereenkomst of “letter of intent” af met de potentiële koper. Vaak spreken partijen daarna een strikte kalender af voor de “due diligence”, de bespreking ervan en het negotiëren van de definitieve overeenkomst.

In veel gevallen zit een onderneming in een vennootschap. Meestal worden dan ook de aandelen in die vennootschap verkocht of overgedragen (“share deal” in tegenstelling tot “asset deal”). De (definitieve) overeenkomst die u daarbij afsluit is een aandelentransactie of een aandelenoverdracht. Daarin zijn de volgende punten belangrijk:

  1. Definities: voor alle duidelijkheid start u de overeenkomst met een reeks definities. Wat wordt verstaan onder laatste jaarrekening? Wat zijn “activa”? Wat is “vastgoed”?
  2. De koopprijs en de betaling ervan: Hoe en wanneer wordt die betaald? De risico’s van afbetalingstermijnen kunnen ondervangen worden door waarborgen zoals bankgaranties. Een deel van de betaling kan ook uitgesteld worden tot na het verkrijgen van meer zekerheid over een aantal juridische kwesties of tot na een periode van medewerking van de verkoper bij de exploitatie.
  3. Ondertekening: welke documenten worden er allemaal overhandigd bij de ondertekening (de “closing”)? Een volmacht voor de koper om de inschrijving in het aandelenregister te verrichten? Een verslag van de algemene vergadering met het ontslag van de zaakvoerder/bestuurder/verkoper?
  4. Niet-concurrentie: hoelang mag de verkoper geen soortgelijke activiteiten uitoefenen?
  5. Commerciële samenwerking: gaan partijen nog een tijd samenwerken? Dit zal dikwijls aangewezen zijn om de koper bij te staan tijdens zijn “inwerkperiode” in zijn nieuwe bedrijf. Of gaat de verkoper (tijdelijk) aan de slag als werknemer of bestuurder. Ook hier moeten weer de nodige contracten opgesteld worden.
  6. Vrijwaring: De verkopers moeten ervoor instaan dat de verkochte aandelen hun eigendom zijn en dat zij niet met vruchtgebruik, pandrecht, enig retentierecht, of ander beletsel dat de vrije overdracht zou kunnen verhinderen, zijn bezwaard.
    Heel belangrijk, zeker voor de kopers, is een conventionele waarborgverbintenis. Immers, de wettelijke waarborgen van het Burgerlijk Wetboek slaan alleen op het voorwerp van de koop, de aandelen. Dus problemen die later opduiken in de onderneming zelf (achterstallige belasting-schulden en andere “lijken” die uit de kast vallen) vallen daar niet onder! Daarvoor moeten bijgevolg degelijke clausules op maat geschreven worden.
    Meestal zal de koper de meest uitgebreide waarborgen eisen, terwijl de verkoper die wil beperken zowel in tijd als in omvang (bv. tot een bepaald bedrag). Om hier uit te geraken moeten de risico’s voor de koper ingeschat worden. Wat zal de afloop zijn van een bepaald fiscaal geschil? Wat zal het resultaat zijn van bepaalde gerechtelijke procedures? Welke schadebedingen bevatten de lopende contracten met klanten?
    Om fiscale redenen zal een eventuele schadevergoeding als een korting op de overnameprijs bepaald worden. Ook de te volgen procedure bij schadeclaims moet precies geformuleerd worden.
  7. Lock-up clausule: geen doorverkoop van aandelen aan een buitenlandse vennootschap binnen de 12 maanden.

Kortom, eens te meer is een goede overeenkomst het halve werk!

Disclaimer