1)Onderhandelen met uw schuldeisers:

 

Dat doet u waarschijnlijk al wel, maar wist u dat u bepaalde risico’s loopt als u de ene schuldeiser betaalt en de andere niet. Bij een eventueel later faillissement kan de ondernemingsrechtbank immers een “verdachte periode” bepalen. Transacties van tijdens die periode kunnen dan onder bepaalde voorwaarden teruggedraaid worden. Ook kan het nuttig zijn om naar bepaalde persoonlijke zekerheden te kijken om uit te maken welke schulden er nu best eerst betaald worden. Bij een eventueel later faillissement zullen die zekerheden immers aangesproken worden.

 

2)Vrijwillige ontbinding en vereffening:

 

De algemene vergadering van aandeelhouders kan beslissen om de vennootschap te ontbinden. Dat kan met één notariële akte en zelfs zonder vereffenaar, maar die procedure heeft een aantal strenge vereisten (art.2:80 WVV). Meestal moet echter een uitgebreidere procedure gevolgd worden, niet alleen met tussenkomst van een notaris maar ook, bij een deficitaire vereffening, onder toezicht van de ondernemingsrechtbank. Ook hier is het van groot belang om goed te onderhandelen met de schuldeisers opdat die een deficitaire vereffening niet dwarsbomen door bv. alsnog het faillissement aan te vragen.

 

3) Gerechtelijke reorganisatie:

 

Via de procedure van de gerechtelijke reorganisatie (de vroegere “WCO” of gerechtelijk akkoord) kan uw onderneming tijdelijke bescherming genieten tegen schuldeisers, zodat de continuïteit van uw onderneming gewaarborgd wordt. Er zijn drie soorten gerechtelijke reorganisaties:

1.      reorganisatie door een minnelijk akkoord met minstens 2 schuldeisers onder toezicht van een gedelegeerde rechter (spreiding van betaling, kwijtschelding van een deel van de schuldvordering, ….),

2.      reorganisatie door een collectief akkoord heeft tot doel het verkrijgen van het akkoord van de schuldeisers over een op te stellen reorganisatieplan,

3.      reorganisatie door een overdracht van een geheel of een deel van de onderneming aan één of meerdere derden, m.a.w. het bedrijf wordt verkocht.

 

De eerste soort biedt, in vergelijking tot gewone akkoorden buiten de rechtbank om, meer waarborgen voor de betrokken schuldeisers. Om een collectief akkoord te bereiken is het van groot belang om deskundig te onderhandelen met de schuldeisers. Een meerderheid van hen (die ook een meerderheid van het bedrag schulden vertegenwoordigen) moet immers akkoord gaan. Het reorganisatieplan kan voorzien in de vrijwillige overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten.

 

4) Faillissement:

 Een onderneming is failliet (artikel XX.99 WER) wanneer tegelijkertijd aan twee voorwaarden wordt voldaan: de onderneming heeft op duurzame wijze opgehouden te betalen en heeft het vertrouwen van haar schuldeisers verloren (“haar krediet is geschokt”). Een onderneming die aan deze twee criteria voldoet, is wettelijk verplicht om binnen een maand nadat hij heeft opgehouden te betalen het faillissement aan te vragen (artikel XX.102 WER). De faillissementsaanvraag moet elektronisch worden ingediend (RegSol). Een hele reeks documenten (o.a. inventaris van de activa en passiva) moeten gevoegd worden. Als aan de voorwaarden voldaan is, zal de ondernemings-rechtbank het bedrijf failliet verklaren. De rechter stelt dan een curator aan, samen met een rechter-commissaris om toezicht te houden op de curator.  Die laatste vereffent vervolgens de onderneming en brengt daar verslag van uit.