De aanslag in de personenbelasting wordt gevestigd in de gemeente waar de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar zijn woonplaats of zetel van fortuin heeft gevestigd. Volstaat het dan, om aan de gemeentebelastingen te ontsnappen, om zich in te schrijven in het bevolking-register van Knokke, een gemeente die geen aanvullende gemeentebelastingen kent, op uw adres van uw tweede verblijf?

 

Een notaris, zijn echtgenote en hun twee kinderen zijn ingeschreven in het bevolkingsregister te Knokke. Zij dienen dan ook hun aangifte in de personenbelasting in als inwoners van die gemeente. De fiscus is het daar niet mee eens omdat het kantoor van de notaris zich bevindt te Sint-Genesius-Rode. Daar zou de fiscale woonplaats van het gezin dan gevestigd zijn.

Uiteindelijk komt de discussie voor het Hof van Beroep te Brussel (A.R. 2008/AR/1269 dd. 10.02.2011). De administratie poneert dat de inschrijving in het bevolkingregister slechts een weerlegbaar vermoeden vormt. Aan de hand van feitelijke criteria kan m.a.w. afgeleid worden dat de fiscale woonplaats zich ergens anders bevindt waardoor de belastingplichtige elders belast kan worden.

De rechter sluit zich daar terecht bij aan en overloopt vervolgens de feitelijke omstandigheden. Zo blijkt de villa in Knokke de ouderlijke woning te zijn van de notaris. Hij is daarvan voor de helft naakte eigenaar. Zijn moeder heeft het vruchtgebruik. De notaris heeft zijn praktijk in Sint-Genesius-Rode en zijn echtgenote baat in Gavere een handelszaak uit. De kinderen lopen school in Brussel. Het gezin heeft een villa in Sint-Genesius-Rode. Het gezin verblijft ine Knokke tijdens het weekend, de feestdagen en alle schoolvakanties. De notaris en zijn echtgenote brengen bewijzen bij van hun lidmaatschap bij de plaatselijke golf - en tennisclub en van de deelname van hun kinderen aan diverse sportkampen. Ook blijken zijn klantenkaarten van winkels, tickets van restaurants, facturen voor onderhoud en herstelling van de wagen, tankbeurten en attesten van doktersbezoeken, allemaal afkomstig te zijn uit Knokke.

De rechter vindt al die feitelijke omstandigheden niet duidelijk genoeg om de fiscale woonplaats te bepalen en gaat bijgevolg kijken naar het centrum van de zakelijke bezigheden van het echtpaar (cf. Cass. 16 janauri 2004, Pas., 2004, I, 101). Dat blijkt dan wel Sint-Genesiuis-Rode te zijn, waar het notariskantoor zich bevindt. Immers, volgens de berekening van de notaris werden slechts ongeveer 10 % van zijn totale bruto inkomsten behaald uit het verlijden van of tussenkomen bij akten die betrekking hebben op onroerend goed gelegen in of nabij Knokke. De rechter stelt dan ook dat het zwaartepunt van de zakelijke bezigheden wel degelijk niet in Knokke gelegen is. Te meer daar de inkomsten van de echtgenote er al evenmin mee gerelateerd zijn. De fiscale woonplaats van het gezin is volgens de rechter bijgevolg in Sint-Genesius-Rode.

Mag uit deze uitspraak nu afgeleid worden dat de plaats van de beroepsactiviteit bepalend is voor de fiscale woonplaats? Nee, want de wet (artikel 2 WIB) geeft geen definitie van die woonplaats. Het is bijgevolg een zogenaamde feitenkwestie die finaal door de rechter beslecht wordt. Wél aanvaardt de fiscus meestal een aantal feitelijke elementen (klantenkaarten, rekeningen van nutsvoorzieningen, BTW-bonnetjes van restaurantbezoeken, facturen van onderhoud en herstelling van de wagen, bewijzen van doktersbezoeken, tankbeurten, ….) als bewijs dat u effectief ergens “woont” met uw gezin.

Kortom zomaar verhuizen naar uw buitenverblijf te Knokke volstaat niet om de gemeente-belastingen te vermijden, tenzij – zoals steeds – met een goed voorbereid én onderbouwd dossier met bewijsstukken!

Disclaimer